Uitslagen

(van nieuw naar oud)

Update oktober 2019

Geschreven door Hanneke Roest

Nieuw systemisch corona virus in Nederland

Al vanaf 2016 bleek dat er ernstige problemen ontstonden onder vooral jonge fretten in Nederland. In eerste instantie werd een link gelegd met het toenemende gebruik om rauw vlees en prooidieren te voeren. Vrijwel alle fokkers voerden het laatste decennium rauw vlees of prooidieren en gaven dit advies mee aan nieuwe eigenaren. Vanaf eind 2018 bleek na uitgebreid onderzoek dat deze voeding niet de oorzaak van de ziekte was maar de aandoening wel behoorlijk verslechterde. Met behulp van de “Werkgroep Rauwvoeding Fret” (nu “Werkgroep-fret corona mutatie”) hebben we veel onderzoek bij zieke jonge dieren kunnen doen waardoor de aandoening uiteindelijk redelijk goed in beeld gebracht kon worden.

Midden 2019 is door het Erasmus MC een nieuw type corona virus ontdekt in de ontlasting en de organen van deze zieke jonge fretten. Er werden geen andere virussen, bacteriën of parasieten gevonden. Dit doet ernstig vermoeden dat dit nieuwe type corona virus de oorzaak is van de problemen. Al langer waren er 2 oudere typen corona virussen bekend:

  1. Sinds 1993 het darm corona virus welke tijdelijk diarree kan geven, maar ook vaak asymptomatisch blijft.
  2. Sinds 2004 het systemische corona virus dat diverse organen aantast en waarbij alle aangetaste dieren overlijden.

Dit nieuwe corona virus is waarschijnlijk een mutatie van een van de eerdere corona virussen. Het ziekteverloop is chronisch en dieren overlijden meestal pas na complicaties. De overdracht van het virus van moeder op pups en van fret naar fret verloopt waarschijnlijk via de ontlasting. Momenteel is het vermoeden dat het virus op diverse plaatsen in Nederland en mogelijk ook in het buitenland is verspreid. Vooral bij fokkers, in opvangen en pensions kan het virus makkelijk worden overgedragen.

Symptomen

Helaas komt het nog te vaak voor dat eigenaren niet door hebben dat een fretje ziek is. Kennis van ziek gedrag bij de fret, vooral het gedrag van een fret met problemen van misselijkheid, wordt niet altijd herkent of het gedrag wordt verkeerd geïnterpreteerd. Daarnaast laten fretten ziek gedrag zien naast normaal gedrag, wat erg verwarrend kan zijn. Fretten die met andere fretten zijn gehuisvest blijven vanwege voercompetitie eten, ondanks ernstig niet welbevinden. Terwijl niet eten juist voor een eigenaar een van de belangrijkste signalen is om ongerust te worden. Regelmatig komen zieke dieren daarom pas in een laat stadium bij de dierenarts terecht.

De klachten die zieke dieren laten zien, zijn afhankelijk van de ernst van het aangetaste orgaan systeem. Hierdoor kunnen fretten verschillende klachten patronen hebben. Meestal is er een combinatie van symptomen aanwezig. Klachten van het maagdarmkanaal en van een chronisch ontstoken middenoor komen het meest voor. De dieren kunnen de volgende klachten laten zien:

  1. Symptomen van niet welbevinden
  2. Symptomen van het maagdarmkanaal
  3. Symptomen van de keel
  4. Symptomen van chronische middenoorontsteking
  5. Symptomen van verminderde fertiliteit
  6. Symptomen door complicaties

Diagnostiek 

Een groot probleem bij deze ziekte is de diagnostiek. Er zijn afwijkingen in urine, bloed en ontlasting te vinden maar deze kunnen ook bij andere ziekten voorkomen. Bij pathologisch onderzoek is het een groot probleem dat macroscopisch (met het blote oog) bijna geen afwijkingen zichtbaar zijn. Ook bij weefsel onderzoek zijn de gevonden afwijkingen slechts gering en matchen niet met de heftige symptomatische klachten van deze zieke dieren. Met andere woorden zelfs bij heel zieke dieren wordt bij sectie maar weinig gevonden. Dit bemoeilijkt de diagnostiek enorm waardoor het ook zo lang duurde voordat we de uiteindelijke oorzaak hebben gevonden. Aanvullende technieken om een corona virus aan te tonen zoals immuunhistochemie, RT-PCR testen en Elisa testen welke gebruikt worden bij de “oudere corona virussen” van de fret of bij ander diersoorten zijn niet bruikbaar voor dit nieuwe corona virus. Het virus is dus momenteel niet aan te tonen in zieke dieren.

Het verloop van de ziekte

Jonge fretten lijken in het nest al besmet te worden. Vanaf dat ze het nest verlaten (een stress moment) worden ze ziek. In de loop van het eerste levensjaar worden diverse orgaansystemen aangetast.

De mate waarin ze last hebben van deze ziekte varieert en heeft veel te maken met problemen die kunnen ontstaan door secundaire bacteriële en parasitaire infecties. Rauwe voeding is daarom sterk af te raden. De ziekte verloopt met “ups en downs”. Er zijn periodes waarin het beter en slechter gaat. Deze periodes hangen vaak samen met de rui periode, de tijd van het jaar (warme zomermaanden) en periodes van stress. Fretten zonder territoriale stress (alleen gehuisvest) zijn beter af en lijken minder pijn te hebben maar missen de voercompetitie waardoor ze meer gestimuleerd moeten worden om te eten.

Behandeling

Een curatieve behandeling waarbij het dier volledig geneest is momenteel nog niet mogelijk. Wel kan een eigenaar veel doen om het leven van de zieke fret zo aangenaam mogelijk te maken waardoor deze fretten tegenwoordig toch een redelijk normaal leven kunnen hebben:

  • Stress vermijden:
    • Liever geen operatie voor castratie of sterilisatie maar Suprelorin® implantaten om chemisch te castreren. Dit heeft tevens een positief effect op de bijnieren. Als het implantaat na 2 weken niet lijkt te werken moet er rekening mee gehouden worden dat het implantaat niet in het dier is gekomen en kan het opnieuw worden ingebracht.
    • Iedere eigenaar wil een keer op vakantie maar zorg liever voor een verzorging thuis of neem het fretje indien mogelijk mee.
    • Niet fokken met bunzingen. Deze nakomelingen zijn zeker niet gezonder en waarschijnlijk net zo gevoelig voor het virus. Bunzing nakomelingen hebben juist veel problemen met territoriale stress.
    • Een fret is een territoriaal dier. Het is beter om ze alleen te huisvesten (1 fret per huishouden) zodat ze hun eigen territorium hebben.
  • Voeding aanpassen:
    • Het maagdarmkanaal is erg gevoelig en verdraagt weinig: Geef géén voeding die ziekteverwekkende bacteriën of parasieten kunnen bevatten zoals rauw vlees of prooidieren.
    • Fretten die pijn hebben met kauwen ten gevolge van de chronische middenoor ontsteking, varen wel bij zachte voeding zoals brokkenbrij, natgemaakte -of brosse (makkelijk uit elkaar vallende) brokken. Fretten die erg misselijk zijn hebben helaas weer moeite met vloeibare voeding. Maak het dan extra smakelijk met bijvoorbeeld het Waltham papje.
    • Tijdens mindere periodes is het belangrijk goed verteerbare smakelijke voeding te geven.
  • Medicatie:
    • Overleg medicatie met de behandelend dierenarts. Veel van deze fretten hebben langdurige medicatie tegen misselijkheid nodig. Het maakt het leven van deze fretten een stuk aangenamer.
    • Door de verminderde weerstand zijn ze erg gevoelig voor secundaire bacteriële maar ook parasitaire infecties (Giardia, coccidiose, cryptosporidiose). Dan is ook daar een behandeling voor nodig.
    • Pro- en prebiotica zijn niet aan te raden, ze verslechterden bij de meeste onderzochte fretten de gezondheidstoestand.
    • Haarbal laxans tijdens de rui is nodig ter voorkoming van haarballen. Deze kunnen ontstaan bij een minder goed werkend maagdarmkanaal.
  • Goede hygiëne:
    • Corona virussen blijven niet lang in de omgeving besmettelijk maar wel onder onhygiënische omstandigheden zoals in opgedroogde restanten poep.
    • Schep dagelijks de ontlasting uit de poepbak. Maak 1-2x per week de poepbak helemaal leeg en huishoudelijk schoon. Verwissel poepbakken elke week zodat de zojuist gebruikte bak een week in de kast blijft.
    • Verschoon dagelijks eet- en drinkbakjes. Gebruik hier ook meerdere eet en drinkbakjes voor.
    • Secundaire infecties met Giardia parasieten en coccidiose vereisen aanvullende hygiëne maatregelen.
    • Als een ziek fretje is overleden en er geen andere fretten meer in huis zijn, is het aan te raden de kooi en omgeving goed huishoudelijk schoon te maken. Daarna alles goed ontsmetten met een stoomreiniger of eventueel het desinfectans Virkon®S. Bedding kan gewassen worden op 60°. Na het grondig schoonmaken is het aan te raden 2 maanden te wachten voordat een nieuw fretje in huis komt.

De toekomst

We weten dat het virus veel voorkomt maar alleen het Erasmus MC is momenteel in staat om dit virus aan te tonen. Deze zijn echter gericht op humaan virus onderzoek. Momenteel is er gelukkig geen aanwijzing dat deze ziekte ook mensen ziek kan maken. Er is (nog) onvoldoende geld beschikbaar om het virus uitgebreid nader te onderzoeken. Toch gaat het onderzoek naar dit nieuwe systemische corona virus wel door vanwege zijn wetenschappelijke waarde.

Voor fretten eigenaren die een nieuw fretje willen aanschaffen is er voorlopig geen test te verkrijgen die kan bewijzen of een fret het virus wel of niet bij zich draagt. Er is dus geen test die het bewijs kan leveren dat een fretje gezond is. Voor veel zieke fretten kunnen we ook nog niet bewijzen dat ze ziek zijn door het nieuwe corona virus. Slechts door goed klinisch en nader onderzoek met daarbij het uitsluiten van andere oorzaken is een waarschijnlijkheidsdiagnose te stellen.
Een groot probleem is tevens dat ondanks ernstige ziekte symptomen, bij pathologisch -en weefselonderzoek slechts matige tot milde veranderingen zichtbaar zijn, waardoor de ziekte door een veterinaire patholoog niet is aan te tonen en dus vrijwel altijd wordt gemist.

Fretten zijn sterke dieren en er is zeker een kans dat zij in de toekomst mogelijk het virus beter aan kunnen. Ook is het afgelopen jaar gebleken dat meerdere fretten met de juiste huisvesting, voeding en medicatie een redelijk normaal tot goed bestaan kunnen hebben. Nadere diagnostiek en nieuwe medicatie zijn speerpunten voor het verdere onderzoek. Voor fokkers zijn nieuwe foklijnen een mogelijkheid, al zal het moeilijk zijn om zeker te weten dat het nieuwe fokmateriaal vrij is van deze ziekte.

Het onderzoek is dus nog niet klaar maar vanwege het besmettelijke karakter van het virus zijn we al naar buiten getreden met bovenstaande informatie. We hebben nog steeds geld en ook de inzet nodig van iedereen. Maar dankzij uw steun en financiële bijdragen zijn we al zover gekomen dat we uiteindelijk de oorzaak te weten zijn gekomen en niet onbelangrijk; hoe we de zieke dieren het beste kunnen ondersteunen.

Wilt u een bijdrage leveren aan het onderzoek kan dat op deze website, onderaan de pagina.

Update juli 2019

Het onderzoek zit in de eindfase en binnen niet al te lange tijd zullen we meer kunnen vertellen over de oorzaak van de “rauwvoeding problematiek”. Het is al duidelijk dat de rauwvoeding NIET de oorzaak is. Er is sprake van een besmettelijke infectie en de bacteriën in de rauwvoeding maken de ziekte ernstiger en met een grotere kans op complicaties en dodelijke afloop. De naam van de ziekte zal dan ook binnen niet al te lange tijd gewijzigd worden.

De komende maanden blijft Hanneke bezig met zoeken naar een optimale behandeling en het voorkomen van deze ziekte. Er is nog heel veel werk te doen. In september verwacht ze / De Frettenkliniek weer (gedeeltelijk) open te gaan i.v.m. het herstellen van een burn-out.

Update mei 2019

Geschreven door Hanneke Roest

Door de Erasmus universiteit wordt momenteel uitgebreid onderzoek gedaan naar de oorzaak van de “rauwvoeding problematiek” onder de Nederlandse fretten.

Hiertoe worden binnenkort wederom enkele fretten uitgebreid nader onderzocht. De "werkgroep rauwvoeding fret" levert hier een belangrijke bijdrage aan en uw steun via hen is nog steeds nodig.

Wat we ondertussen na veel onderzoek vermoeden is het volgende:

  1. Er is waarschijnlijk een primaire ziekte verwekker die deze ziekte veroorzaakt.
  2. Rauwvoeding en prooidieren zijn waarschijnlijk niet de primaire oorzaak van de ziekte maar door de bacteriën en parasieten die dit voedsel kunnen bevatten worden aangetaste dieren wel ernstiger ziek en kunnen eerder sterven. Dit is ook gebleken uit het onderzoek van studente Leanne van de Universiteit Utrecht. Het is daarom af te raden deze voeding aan fretten te geven.
  3. De primaire ziekte verwekker is zeer waarschijnlijk besmettelijk tussen fretten onderling. Bijvoorbeeld van ouders op pups.

Helaas kost goed wetenschappelijk onderzoek veel tijd en geld, daarom duurt het allemaal lang. Maar we zijn al een heel eind en ik ben er van overtuigd dat we hier uiteindelijk uitkomen. We hebben veel mogelijke oorzaken al kunnen uitsluiten. Met dank aan vele fretten liefhebbers die zich vaak belangeloos hebben ingezet en iedereen die financieel heeft bijgedragen of dat nog gaat doen.

In mei houd ik gedurende een heel weekend een serie lezingen voor een groep van internationale dierenartsen in Duitsland. Hier zal deze problematiek ook uitgebreid ter sprake komt. Het internationale contact is van grote waarde voor het onderzoek.

Update februari 2019

Na heel veel onderzoek (klinisch-,urine-, bloed-, bacteriologisch-, parasitologisch en post-mortaal onderzoek) weten we ondertussen dat er duidelijk meer aan de hand is dan alleen een verstoord darmmicrobioom. Het lijkt erop dat de gevonden afwijkende bacterien en parasieten bij deze zieke fretten kunnen aanslaan doordat er nog een primair ziekteverwekkend organisme met de rauwvoeding is meegekomen. De afwijkende bacterien en parasieten maken het dier zeker ziek maar er is waarschijnlijk nog een ander ziekte verwekkend organisme aanwezig. Een soort "missing link" waar we de komende maanden naar zullen zoeken.

Duidelijk is dat de ziekte van generatie op generatie wordt doorgegeven en zich steeds ernstiger lijkt te manifesteren. Met andere woorden veel pups van het afgelopen jaar zijn zonder dat ze zelf ooit rauwvoeding hebben gehad, ernstig ziek. Ook wordt duidelijk dat er een onderlinge besmetting mogelijk is als fretten langdurig bij elkaar verblijven.

Fretten-dierenarts Hanneke Roest heeft meer tijd nodig voor het noodzakelijke onderzoek. De Universiteit Utrecht heeft studente Leanne ingezet om gedurende 4 maanden full time mee te helpen met het onderzoek naar de problemen. Met de gegevens van de patienten in de Frettenkliniek kan zij de problematiek in kaart brengen en onderzoeken of het wetenschappelijk is aan te tonen dat Nederlandse fretten steeds zieker worden en dat het voeren van rauwvlees/ prooidieren een van de belangrijkste oorzaken is. Daarnaast zal Hanneke collega's in het buitenland bezoeken naar aanleiding van deze problematiek.

Update december 2018

Het afgelopen jaar is een heftig jaar geweest met veel ernstig zieke jonge fretten. De Frettenkliniek heeft met hulp van de werkgroep en met de persoonlijke inzet van de aangesloten stichtingen en fokkers veel onderzoek hiernaar kunnen doen. Dit onderzoek wordt sinds kort ondersteund door de Universiteit Utrecht.

Frettendierenarts Hanneke Roest van de Frettenkliniek heeft meer tijd nodig voor dit noodzakelijke onderzoek. Daarnaast wil zij collega's in het buitenland bezoeken naar aanleiding van deze problematiek. Om dit mogelijk te maken zal de Frettenkliniek vanaf 1 februari 2019 minimaal 3 maanden gesloten zijn.

Voor het volledige bericht en details over deze sluiting kijk op de Frettenkliniek Facebook pagina.

Aanwijzingen voor ontlastingonderzoek

Er is veel verwarring ontstaan bij fokkers en fretten-eigenaren over het laten doen van bacteriologisch onderzoek van de ontlasting van hun fret. Indien dit onderzoek wordt aangevraagd, is het volgende aan te raden om aan de behandelend dierenarts door te geven:

- Zorg voor hele verse ontlasting, liefst uit de (schone) vervoerskooi of verkregen door stimulatie van het rectum op de (gedesinfecteerde) behandeltafel.
- Het is noodzakelijk dat er naast ontlasting in een potje ook een steriele swab (in de verse ontlasting gedoopt) met een transport medium wordt opgestuurd.
- Naast de aanvraag voor de kweek van "Enteropathogene kiemen" is het belangrijk dat tevens een aanvraag voor de kwantitatieve bepaling van "Clostridium Perfringens" wordt gedaan. Deze bacterie komt in kleine hoeveelheden voor in de darm van de fret maar mag absoluut niet in grote aantallen voorkomen. Hiervoor moet de ontlasting veel langer worden gekweekt dan normaliter wordt gedaan.
- Na het laten doen van vele kweken is gebleken dat de betrouwbaarste bacteriologische resultaten kwamen vanuit een humaan laboratorium. Dit is echter maar bij uitzondering mogelijk. Een goede volgende optie is het laboratorium VetMedLab van Idexx. Het is aan te raden de ontlasting daarheen te sturen.

Dierenartsen kunnen altijd contact met de Frettenkliniek opnemen voor nadere informatie over het opsturen van ontlasting monsters of voor de interpretatie van de uitslagen.

Indien er géén afwijkende bacteriën worden gevonden, wil dat helaas niet zeggen dat er geen afwijkende kiemen aanwezig kunnen zijn. Zoals al blijkt uit de verschillen tussen laboratoria, worden lang niet altijd alle aanwezige kiemen gekweekt. Indien er wèl afwijkende kiemen worden gevonden, geeft dat voor eigenaar, fokker en behandelende dierenarts meer inzicht in de problematiek.

Alle uitslagen zijn ook altijd heel welkom om mee genomen te worden in het lopende onderzoek. Hoe meer fretten waarbij onderzoek is gedaan, des te groter is de kans dat we een oplossing gaan vinden.

Update mei 2018

Afgelopen zondag heeft de Frettendag plaatsgevonden waarop Hanneke Roest van de Frettenkliniek een update in de vorm van een lezing heeft gegeven.
Graag willen wij deze met jullie delen.

Er is door Hanneke de afgelopen maanden ontzettend hard gewerkt om duidelijkheid te scheppen in de problematiek die we momenteel zien met zoveel zieke jonge fretten. Wat inmiddels duidelijk is, is dat al deze fretten op een punt in hun leven rauwvoeding hebben gehad in de vorm van KVV en/of prooidieren en ander rauw vlees.

In 2017 is er in een van de meest toonaangevende internationale diergeneeskundige tijdschriften, The Veterinary Record, een artikel geplaatst over het recente Nederlandse onderzoek van het RIVM (in Bilthoven) en de Universiteitskliniek Utrecht over de aanwezigheid van ziekteverwekkende bacteriën en parasieten in rauwe vleesvoeding. Zowel het onderzoek als de publicatie moeten hiervoor aan strenge criteria voldoen. Bij dit onderzoek zijn verschillende in Nederland verkrijgbare KVV-merken getest op ziekteverwekkende bacteriën. Een paar schokkende feiten uit dit onderzoek waren dat in 23% van de onderzochte producten een type E.Coli voorkomt dat kan zorgen voor nierfalen bij de mens. 80% van de onderzochte producten bevatte antibiotica-resistente E.Coli. Salmonella werd in 20%, Listeria werd in 50% van de producten gevonden evenals parasieten als Sarcocysten (23%) en Toxoplasma (6%). Deze bacteriën en parasieten zijn ook gevaarlijk voor fretten.
Het vlees wat in Nederland beschikbaar is om deze KVV van te maken is afvalvlees afkomstig uit de bio-industrie. Sinds 2007 zijn veehouders en andere fokkers door de overheid verplicht om minder antibiotica in te zetten, waardoor er dus al een hogere hoeveelheid bacteriën aanwezig kan zijn in dit vlees. Dit betekent dat ook het reguliere vlees van de slager niet zomaar geschikt kan zijn om rauw te voeren. Er zijn genoeg terughaal acties van vlees uit supermarkten bekend, omdat er schadelijke bacteriën gevonden werden. Ook wordt ons als mens altijd geadviseerd om het vlees dat we eten door en door te verhitten.

Daar er al langere tijd afgeraden werd om je fret rauw vlees in de vorm van KVV te voeren, zijn veel fokkers, eigenaren en opvangen overgegaan op het (bij)voeren van prooidieren. Door de grote vraag naar o.a. muizen ontstond er een tekort aan muizen, waardoor leveranciers niet meer alleen SPF muizen (vrij van pathogene kiemen) uit het laboratorium konden leveren maar commercieel gefokte muizen uit het buitenland haalden. Daarvan verwachten we dat de levensomstandigheden zeer dubieus zijn.

Uit het onderzoek is het volgende tot op heden naar voren gekomen

Sinds het starten van de werkgroep zijn er inmiddels 11 fretten geëuthanaseerd ten behoeve van het onderzoek. Hiervan zijn 5 fretten volledig onderzocht (necropsie) bij de Universiteitskliniek in Utrecht en de 6 andere zijn pathologisch onderzocht op de Frettenkliniek waarvan er weefsel en materiaal voor kweken naar het pathologisch laboratorium in Duitsland zijn gezonden. Ook is er bij 14 nog in leven zijnde fretten nader onderzoek gedaan en zijn er aanvullende kweken afgenomen.

  • Vrijwel alle onderzochte dieren hadden onder andere chronische ontstekingen aan maag, darmen, alvleesklier, galblaas, lever en nieren.
  • Er werden opvallend vaak eosinofielen aangetroffen in diverse organen en soms ook in het bloed. Dit zijn witte bloedcellen die betrokken zijn bij het bestrijden van parasieten en bij immuunreacties in het lichaam (o.a. allergieën).
  • Er werden diverse bacteriën gevonden waaronder in de darmen een reincultuur van enteropathogenen o.a. resistente (Hemolytische) E.Coli, resistente Pseudomonas, Campylobacter .
  • Ook zijn er o.a. bacteriën gevonden in doodgeboren pups en bij een baarmoederontsteking.
  • Bij enkele fretten worden een ontsteking in de hersenen of het midden en binnen oor gevonden. Dat gebied is lastig te onderzoeken.
  • Bij 1 fret werd een ontsteking in het middenoor en van daaruit naar de hersenen en zelfs het ruggenmerg door een multiresistente E.Coli bacterie aangetoond. Ook deze fret had daarnaast dezelfde ontstekingen in het maagdarmstelsel met eosinofielen.

Virusonderzoek is niet gedaan, dat is zeer lastig. De bekende virussen als Aleutian Disease (ADV), het Corona virus of andere bij fretten ooit aangetoonde virussen geven andere problemen dan die wij hier zien.

Vijf jaar geleden werden ook E.Coli’s gevonden maar die waren nog gevoelig voor de normale antibiotica.

Er werden geen parasieten aangetroffen, niet in de ontlasting, het bloed en bij weefselonderzoek.

Gezien de eosinofielen die bij het onderzoek werden aangetroffen, zou dat mogelijk kunnen duiden op parasieten. Hier is aanvullend onderzoek naar gedaan. Zowel in de ontlasting als in de lichaamsweefsels zijn er geen parasieten aangetroffen. Ook is het onwaarschijnlijk dat een parasiet deze uitgebreide chronische ontstekingen kan veroorzaken.

Veel fokkers hebben te maken gehad of hebben problemen met baarmoederontsteking, melkklierontsteking, doodgeboren pups, niet drachtig wordende vrouwtjes.

Het onderzoek zelf heeft nogal wat voeten in de aarde gehad om alles in kaart te brengen. Er zijn verschillende specialisten geraadpleegd waaronder Nico Schoemaker en Yvonne van Zeeland (Universiteitskliniek Utrecht) alsmede Paul Overgaauw (micro- en parasitoloog) om de resultaten te interpreteren. Dankzij het intensieve onderzoekswerk van Hanneke kunnen we aangeven wat er gaande is.

Wat al deze onderzochte dieren gemeen hebben is dat ze (vaak al op jonge leeftijd of al in het nest) rauw vlees en/of prooidieren te eten hebben gehad. Ze eten het makkelijk en pups groeien er in eerste instantie goed op. Vanwege dit en andere bijkomende factoren werd prooi en rauwvoeding veelvuldig ingezet door fokkers. Veel fokkers en particulieren dachten ook goed te doen met het geven van rauwvoeding. Het probleem komt bij alle fokkers voor. Hieronder leggen we uit hoe dat tot stand komt.

Wat is hier waarschijnlijk aan de hand

De normale darmflora van vaak nog heel jonge fretten wordt ernstig om zeep geholpen door de vieze bacteriën die in de rauwvoeding en muizen zitten. Er ontstaat een andere darmflora met minder gunstige bacteriën die het dier ziek maken.

Gezien de vele eosinofiele reacties die we zien in het maagdarmstelsel en er géén parasieten worden gevonden, kunnen we er vanuit gaan dat dit een immuun(afweer) reactie is van het dier op deze afwijkende darmflora en de beschadigingen in de darm door deze afwijkende bacteriën. Er is namelijk een directe relatie tussen de darmflora en de immuun status (afweer) van mens en dier.

De afwijkende immuunreactie en afwijkende bacteriën maakt deze dieren langdurig ziek. Deze dieren hebben een blijvende schade opgelopen in het maagdarmkanaal en zijn overgevoelig geworden voor alles wat via de bek naar binnen gaat: voedsel en ook medicatie kan slecht verdragen worden (intolerantie). Ze zijn constant misselijk als ze eten. Wat via de mond binnenkomt wordt als lichaamsvreemd gezien en in de darmen aangevallen. Voeding wordt niet (goed) opgenomen. Met als gevolg dat de fretten misselijk blijven en (soms) afvallen.

Ook als de oorspronkelijke bacteriën al uit het lichaam zijn verdwenen blijft het dier ziek door de immuunreactie die in de darmen gaande blijft. Ook de fokkers die rauwvoeding gaven, blijven de komende tijd problemen houden, ook al zijn ze gestopt met het geven van rauwvoeding. De afwijkende darmflora wordt namelijk direct met de geboorte doorgegeven aan de pups. Pups worden namelijk steriel (zonder bacteriën) geboren en krijgen normaliter de goede bacteriën maar in dit geval ook de slechte bacteriën mee via het geboortekanaal, de moedermelk en de huid van het moederdier. Krijgen deze dieren in het nest ook nog eens als jong dier rauwvoeding dan wordt het probleem alleen nog maar groter.

Dringend advies aan alle fretteneigenaren

Geen enkele vorm van rauwe (vlees) voeding te geven, ook geen rauwe eieren! Het is een absolute fabel dat het maagzuur alle verontreinigingen zoals bacteriën doodt.

We zien de volgende (mogelijke) symptomen bij fretten met deze ziekte:

  • Afvallen in gewicht;
  • Wisselende ontlasting (van normaal naar te dunne; stinkend; afwijkende kleur);
  • Slechter eten;
  • Afwijkend gedrag; rustiger/slomer of juist hyperactief (speel)gedrag;
  • Misselijkheid;
  • Slechte vacht of moeilijk door de verharing heen komen. 

Aangezien misselijkheid soms moeilijk zichtbaar is, hier een overzicht van mogelijke gedragingen van een fret die (ernstig) misselijk is. Niet iedere misselijke fret gedraagt zich hetzelfde. Daarbij is misselijkheid makkelijker te zien bij het voeren van vloeibare voeding zoals het Walthampapje/RC Convalescence Support.

  • Waltham niet willen eten / niet lusten;
  • Waltham via het randje van het voerbakje eten of tussentijds stoppen met eten;
  • Twijfelen om te beginnen met eten;
  • Bekje aflikken of smakken;
  • Brokjes uit het voerbakje graven en ernaast of ergens anders in de kooi opeten;
  • Kop naar achter of met “neus naar buik” bewegen tijdens het eten;
  • Trillen of vacht/staart uitzetten tijdens het eten;
  • Tandenknarsen of krabben aan de bek;
  • Bijten aan stof of rand van de poepbak in de kooi;
  • De hik hebben;
  • Na het eten platliggen;
  • Met een hele hoge rug (vier voetjes bij elkaar) rondlopen en /of eten;
  • Op de arm of op schoot moeten voeren, of stimulerend met vinger of een lepeltje, omdat het fretje anders te weinig eet;
  • Kopschudden tijdens het eten.

Heb je het vermoeden na het lezen van deze symptomen dat je fret (mogelijk) ziek is? Dan kan je contact opnemen met de Frettenkliniek.

Hoe nu verder?

Op dit moment is er nog geen behandeling voor handen om dit probleem aan te pakken. De aangetroffen bacteriën zijn niet makkelijk te behandelen. Daarbij is de fret een dier met een zeer gevoelig maagdarm kanaal, wat snel beschadigd raakt door medicatie. Eventueel beschikbare en werkende antibiotica tegen deze bacteriën kunnen fretten niet of zeer slecht verdragen. Uiteraard gaat het onderzoek nog verder en zal er zeker gezocht worden naar een bruikbare (medicamenteuze) oplossing.

Helaas is het op dit moment dus nog zo dat getroffen fretten ongeneeslijk ziek zijn. Daarbij is het ook duidelijk dat besmette dieren het ook kunnen overdragen. Zowel andere dieren als de mens staan hieraan bloot. Uiterste voorzichtigheid en strikte hygiëne zijn dan ook zeer belangrijk om het niet nog verder te verspreiden, maar met name om zelf geen besmetting op te lopen.

We hebben dus te maken met een gecompliceerd ziektebeeld, wat overdraagbaar is op verschillende manieren en dus niet binnen afzienbare tijd verholpen zal zijn. Naast de zoektocht naar nuttige medicatie voor het bestrijden van de chronische ontstekingen, hebben we te maken met fretten met een (zwaar) beschadigde darmflora welke niet zomaar kan herstellen. Er is niet eerder duidelijk medisch en/of wetenschappelijk onderzoek geweest naar de normale darmflora van fretten. Sterker nog, het in kaart brengen van darmflora van mensen staat zelfs nog in de kinderschoenen. 
Kortom: we hebben te maken met een enorm ingewikkeld probleem. Ondanks deze heftige conclusie gaan wij verder met het onderzoek.

Wij willen in het bijzonder onze dank uitspreken naar Hanneke Roest. Door haar tomeloze inzet en enorme betrokkenheid zijn we al zover gekomen in dit onderzoek. Echter gaat hier ook enorm veel tijd en energie in zitten. Mede daarom is de Frettenkliniek momenteel slechts halve dagen geopend, zodat er optimaal geïnvesteerd kan worden om zo snel mogelijk een behandelplan te kunnen ontwikkelen.

Update januari 2018

Er zijn inmiddels meerdere fretten uitgebreid onderzocht en de eerste resultaten hiervan zijn binnen. Ondanks dat we deze alvast willen delen, willen we ook kenbaar maken dat op dit moment nog aanvullende onderzoeken gaande zijn en gesprekken met deskundigen plaatsvinden. Zodoende zijn er op dit moment nog geen definitieve conclusies te trekken, maar is er wel een stap in de goede richting op zoek naar antwoorden.

Bij de onderzochte zieke fretten zijn er diverse ontstekingen gevonden in darm, galblaas, lever, alvleesklier en nieren. Het lijkt erop dat ziekteverwekkende bacteriën, maar mogelijk ook parasieten hierbij een rol spelen. Deze pathogenen, die vooral in rauw vlees en prooidieren voorkomen, worden nog nader onderzocht om te bekijken of deze daadwerkelijk de oorzaak kunnen zijn van de grote problemen die we momenteel ondervinden bij rauwgevoerde (jonge) fretten.
Daarna kunnen we proberen een toegespitste behandelmethode te ontwikkelen. Dat kan lastig zijn daar er meerdere ziekteverwekkende organismen zijn gevonden. Ook wordt er nog nader onderzoek verricht naar de mogelijke problemen in het middenoor, dat vergt vanwege het ontkalkingsproces van de schedel nog meer tijd. 


Toezegging donatie

Wil je op de hoogte blijven van resultaten via e-mail? Vul dan ook je e-mailadres in.

Mogen wij uw naam en donatiebedrag noemen op onze website?

€